Het college zag voor dit besluit aanleiding in een recente uitspraak van de Hoge Raad, waarin verscherpte regels werden geformuleerd met betrekking tot de interpretatie van de vrijstelling van de leerplicht vanwege ‘overwegende bedenkingen’, zoals godsdienst of levensbeschouwing. De gemeente Den Haag koos als eerste – en vooralsnog enige – gemeente ervoor om daarop geen enkele vrijstelling meer te verlenen. Net als de ouders van de betrokken kinderen, moest de gemeenteraad het nieuws uit de media vernemen. De wethouder Onderwijs stelde dat hen vooraf informeren niet nodig was, omdat er volgens hem geen sprake is van een beleidskeuze, maar van het simpelweg uitvoeren van de uitspraak van de Hoge Raad. 

Fractievertegenwoordiger Michiel Noordzij vindt dit lastig te volgen: ”Het is een bijzonder opmerkelijke keuze van de wethouder. De uitspraak riep niet op om per direct te stoppen met alle huidige vrijstellingen en toch is dat wel hoe de wethouder dit nu interpreteert. Dat betekent dat die 102 kinderen na de zomer per direct fulltime naar school moeten. Een totaal ander lerend leven dan ze tot nog toe hebben gehad en heel ingrijpend. Dat moet echt zorgvuldiger. Bijvoorbeeld door de huidige vrijstellingen wel te verlenen, maar geen nieuwe te verlenen. Zo doen andere gemeenten dat ook.”  

Gemeenten, zoals Amersfoort, Utrecht, Rotterdam, Groningen, Delft en Zoetermeer, kiezen voor een voorzichtige aanpak.  Zij wachten de landelijke beleidsvorming af en behandelen in de tussentijd geen nieuwe aanvragen. Kinderen die al jarenlang, via ‘herhaalberoepen’, thuisonderwijs ontvangen, kunnen in die gemeenten in ieder geval komend jaar nog thuisonderwijs krijgen. Noordzij: ”Met die aanpak volgen deze gemeenten het advies vanuit leerplichtvereniging Ingrado en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het gaat hier om kinderen die soms al hun leven lang thuisonderwijs krijgen. De abrupte overgang naar onderwijs op school is voor hen zeer ingrijpend. Het college moet geen overhaaste stappen nemen; dit besluit heeft grote gevolgen voor tientallen gezinnen.” 

Kortom, het college handelt naar de overtuiging van de ChristenUnie/SGP onzorgvuldig en voorbarig. Dit beleid draagt niet bij aan rechtsgelijkheid tussen gemeenten en roept bovendien juridische vragen op. Zowel juristen als onderwijsprofessionals hebben kritiek geuit op de gekozen koers en betwijfelen of deze juridisch standhoudt. Noordzij: ”Het blijft onduidelijk waarom het college kiest voor deze overhaaste koers. Een mogelijk juridische strijd die zal losbarsten is niet in het belang van kinderen, ouders of een betrouwbare overheid. Wat wel in ieders belang is, is zorgvuldigheid en een overheid die niet vooruitloopt op landelijke besluitvorming.” 

Daarom dient de ChristenUnie/SGP een motie in. Daarin vraagt de fractie om dezelfde zorgvuldige lijn te volgen als andere gemeenten, in afwachting van landelijk beleid. Concreet betekent dat: de vrijstellingen van alle huidige thuisonderwijskinderen (‘herhaalberoepen’) te verlengen dan wel te gedogen, nieuwe aanvragen tijdelijk te pauzeren, en in de tussentijd bij het kabinet te pleiten voor heldere waarborgen en goed toezicht op thuisonderwijs.