Bijdrage ChristenUnie/SGP aan debat over coalitieakkoord 2018-2022

Pieter Grinwiswoensdag 06 juni 2018

Voorzitter, om te beginnen een hartelijke felicitatie aan Groep de Mos, VVD, D66 en GroenLinks met hun coalitieakkoord. En om maar met de deur in huis te vallen: wat een feest van herkenning toen ik dit coalitieakkoord las, toevallig of niet met 84 pagina’s even dik als het verkiezingsprogramma van Groep de Mos. Bij niet weinig gemaakte afspraken heeft de ChristenUnie/SGP de afgelopen periode met moties, nota’s, allerhande andere bijdragen en natuurlijk ons onvolprezen verkiezingsprogramma “Den Haag voor elkaar” al dan niet mede aan de basis mogen staan, zoals bij waardig ouder worden en de aanpak van eenzaamheid; de OV-verbinding tussen Scheveningen Haven en Madurodam en geen tram over de Westduinweg; het vergunningplichtig maken van shishalounges en het verbieden van straatintimidatie; van het aanpakken van mensenhandel tot het creëren van een inclusieve stad, ook voor medebewoners met een beperking; van het beter betrekken van bewoners bij de invoering van betaald parkeren en uitbreidingsplannen van scholen tot het schrappen van de helihaven en de brug over de Pijp; en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Complimenten aan de coalitiepartijen. Echt mooi dat ze goed hebben willen luisteren naar de inbreng van mensen uit de stad en naar die van andere partijen dan die aan de onderhandelingstafel zaten.

Wonen - toenemende segregatie los je niet van één kant op

Zo vindt mijn fractie het heel goed dat de coalitie heeft afgesproken, steviger dan in het vorige coalitieakkoord, dat bij nieuwbouw de norm van 30% sociale woningbouw voor de hele stad te hanteren – al ben ik daar na het antwoord van beoogd wethouder Revis iets minder gerust op. Hoe dan ook, het komt er dan nu ook op aan deze afspraak uit te gaan voeren, zodat er niet zoals de afgelopen jaren maar een paar procent aan sociale woningen bij komt, maar echt 30% door de hele stad en dus ook op het zand en juist minder dan nu op het veen. We hebben immers behoefte aan woningbouw die zand en veen aan elkaar verbindt, en niet, zoals nu gebeurt, een stad waarin de tegenstellingen toenemen. De markt bouwt immers dure woningen in dure wijken en goedkope woningen in goedkope wijken, als we niet bijsturen. En door de verplichting sociale huurwoningen passend toe te moeten wijzen, komen de kwetsbaarste groepen als vanzelf terecht in de kwetsbaarste wijken.

Daarom is het goed de Rotterdamwet-minus artikel 8 (inkomenseis) in stelling te brengen en in de prestatieafspraken met woningcorporaties hen ruimte geven voor het buurtgericht toewijzen van woningen. Zoals ook de stadsdeeldirecteur van Escamp bepleitte in zijn noodkreet “Naar een ongedeelde stad”, die hij in januari slaakte op de website van Platform Stad. Hij waarschuwde voor het verder uiteenvallen van onze samenleving en dat onder onze ogen een sociologische ramp zich dreigt te voltrekken, en daarbij ging het primair om Zuidwest. Ik lees over deze wijken geen slechte teksten in het coalitieakkoord, maar  waar is de urgentie, de bevlogenheid, het kloppende hart voor deze wijken, voor deze mensen? Ik hoop dat de aanstaande wethouders Revis en De Mos deze urgentie delen en vanuit het perspectief, dat zo mooi is geschetst door de stadsdeeldirecteur van Escamp, aan de slag gaan voor en met Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust.

De huidige ontploffende huizenprijzen leiden natuurlijk tot veel zorgen over de betaalbaarheid van en woonlasten in onze stad, maar biedt ook de kans kapitaalkrachtige groepen naar deze kwetsbare en betaalbare wijken te trekken door voor hen interessante en relatief wat duurdere en ruimere woningen en voorzieningen toe te voegen. Gelijk een mooie kans om gezinnen met jonge kinderen in de stad te houden, waar ik helaas niets over las in het dikke coalitieakkoord. Ik sluit me wat betreft het belang van ruimte voor gezinnen graag aan bij de woorden van collega Koster van het CDA en heb daarom vol overtuiging haar motie mee-ingediend.

Andere mooie punten... die aanscherping verdienen

Voorzitter, dan kom ik op een aantal mooie afspraken in het coalitieakkoord, die soms net nog wat aanscherping verdienen.

Mijn fractie is blij met de afspraak dat het nieuwe college mensenhandel, zoals de loverboyproblematiek, gaat aanpakken en zorgt voor opvang van slachtoffers van mensenhandel. Chapeau. In onze stad van Vrede en Recht mag immers geen plek zijn voor mensenhandel. Tegelijk zijn de afspraken nog niet zo concreet en daarom een motie met als dictum:

verzoekt het beoogde college medio 2019 met een lokale sluitende aanpak van mensenhandel te komen, waarin onder andere aandacht is voor het verhogen van de aangiftebereidheid van slachtoffers van mensenhandel, geconcretiseerd wordt hoe mensenhandel beter voorkomen en bestreden wordt en hoe snelle en passende hulp - gericht op een terugkeer in de samenleving - geboden kan worden aan slachtoffers.

In onze mooie stad zijn helaas nog veel meer scherpe rafelranden. Denk aan dakloosheid. Dat het nieuwe college uitvoering gaat geven aan de vele moties die begin dit jaar werden aangenomen gericht op verbetering van de maatschappelijke opvang, vindt de ChristenUnie/SGP daarom goed nieuws. €18 miljoen gaat er geïnvesteerd worden. En dat is goed én broodnodig. Het aspect dat we echter missen is dat van het voorkomen van dakloosheid en daarom de volgende motie met als dictum:

verzoekt het beoogde college in beeld te brengen wat de redenen zijn van de toegenomen dakloosheid en bij de uitwerking van de coalitieafspraken over opvang voor kwetsbaren, mee te nemen hoe  ingezet gaat worden op het voorkomen van dakloosheid en hierbij rekening te houden met de onderzochte redenen van dakloosheid.

Dan de bijstand. Daar wil de coalitie zo veel mogelijk mensen uit halen. En dat is natuurlijk een lovenswaardig streven. In de afgelopen tijd zijn er 1000 mensen met een STiP-baan uit de bijstand geholpen, maar na drie jaar loopt dit STiP-traject in principe af. Het zou natuurlijk zonde zijn als deze mensen, die nu werkritme en werkervaring opbouwen, weer zouden terugvallen in de bijstand. Daarom een motie met als dictum:

verzoekt het beoogde college bij het streven naar vermindering van het aantal bijstandsgerechtigden, naast het verkleinen van het “granieten bestand”, zijn inzet met voorrang te richten op het voorkomen van het terugstromen van mensen met een STiP-baan in de bijstand.

Lelijke afspraken... die aanpassing behoeven

Maar voorzitter, natuurlijk is niet alles goud wat er blinkt. Grote zorgen heeft mijn fractie over de verplaatsing van de raamprostitutie. Een schone raamprostitutie is een illusie, net zoals roken zonder je longen te beschadigen dat is. Wel fijn dat de Stationsbuurt en zeker het Oude Centrum hun probleemstraten kwijtraken en mogen uitzien naar mooie woonstraten, althans als de “marktpartij” doorpakt. Ik heb sowieso grote twijfels of het lukt om met gesloten beurs tot verplaatsing van de raamprostitutie te komen en de Doubletstraat en de Geleen- en Hunzestraat te herontwikkelen. Ook heb ik die twijfels bij de beoogde locatie naast het spoor, in het hart van het zogenaamde CID. Den Haag gaat daarmee toch niet lijken op Brussel-Noord, waar de eerste blikken op de stad vanuit de trein blikken zijn op de desolate panden met hun trieste raamprostitutie? En als je deze branche vol uitbuiting en mensenhandel dan toch per se in stand wilt houden in onze stad van vrede en recht, dan moet er wat de ChristenUnie/SGP in ieder geval gekozen worden voor een forse vermindering van de huidige 330 à 340 ramen. En dat kan ook, want de leegstand is groot, alhoewel officiële cijfers en ontwikkelingen ontbreken. En daarom een motie met als dictum:

verzoekt het beoogde college de leegstand in de Haagse raamprostitutiestraten, de ontwikkeling daarin en de achtergronden daarvan in kaart te brengen.

Voorzitter, waar we ook wat bezorgd over zijn, is over de enorme bezuinigingen op welzijn en het ontbreken van investeringen in de zorg, waardoor deze versoberd zal moeten worden. Er gaat een flinke kaasschaaf over de grote welzijnsorganisaties en het maatwerk beschermd wonen zal het met minder moeten gaan doen. Wij willen in ieder geval dat de kleinere wijkgerichte organisaties hierbij worden ontzien.

Voorzitter, een ander zorgpunt voor de ChristenUnie/SGP-fractie is de ruimte die het college wil gaan geven aan drugs in onze stad. Dat in een tijd waarin we alles op alles zetten om een rookvrije generatie op te laten groeien, ook in onze stad. Gereguleerde wietteelt - zoals u weet heb ik er groot vertrouwen in dat als deze pilot naar Den Haag komt, deze glansrijk zal mislukken - en drugstesten bij evenementen. Als overheid het testen van die troep gewoon faciliteren! Wat hadden ze voor pilletjes geslikt, toen de onderhandelaars dit opschreven? Drugsgebruik normaliseert de kersverse coalitie hiermee, maar het spuiten en slikken van pillen is allesbehalve normaal.

Voorzitter een feest voor de achterban is leuk, maar het is natuurlijk leuker als de hele stad, de bewoners dus, kunnen meedelen in de feestvreugde. Bewoners doen er dan ook gelukkig toe in dit akkoord. Als het gaat om de invoering van betaald parkeren, gaat er beter naar ze worden geluisterd en ook bij gemeentelijke projecten én andere projecten worden er hoge eisen gesteld aan de informatie en de communicatie in de buurt. Ik ben blij dat de “bewonersbril”, vaak is opgezet tijdens de onderhandelingen. Maar voorzitter, bij één onderwerp was die bril kwijt en werden de oordoppen ingedaan voor de zorgen van bewoners: bij de horeca. Hoe bestaat het dat bewoners hier zo buitenspel zijn gezet? Waarom lezen we niets over geluidsisolatie, wordt daar geen geld voor uitgetrokken en ook al niets over luisteren naar bewoners, zeker nu er ook nachtontheffingen dreigen voor locaties buiten de horecakernen? Vergeet ze alstublieft niet, is mijn hartenkreet dan ook aan toekomstig wethouder De Mos.

Stad van onderzoeken, pilots en duizend dingen die nader bekeken worden

Dan voorzitter iets anders. Ambities, dat woord staat met nadruk in de helaas wel erg ambtelijke titel. En ik begrijp dat wel, want veel zaken die in het coalitieakkoord staan, dreigen niet verder te komen dan een ambitie. Maar liefst 24 onderzoeken en 10 pilots worden aangekondigd en 11 keer wordt nader bekeken of bestudeerd of er iets geregeld kan worden. Opmerkelijk vergeleken met het oude coalitieakkoord. En dat verwacht je toch ook niet met een partij aan tafel die ‘kiest voor doen’ - de VVD - en een partij ‘die het regelt’ - Groep de Mos. Ik hoop niet dat als het een beetje lastig wordt, financieel of inhoudelijk, de nieuwe grondhouding wordt: goed punt, gaan we nader bekijken. En dat was het dan. En soms was dat woord “onderzoek” gewoon overbodig. Bijvoorbeeld bij goedkoper parkeren voor ondernemers met bijvoorbeeld een onderhoudsbedrijf. Ik ben heel blij dat dit punt is opgenomen in het akkoord, maar waarom een onderzoek? Leiden heeft dit bijvoorbeeld goed geregeld, dat kan Den Haag ook. Nog zo’n voorbeeld: straatintimidatie. Waarom nog een keer onderzoeken. Rotterdam, Amsterdam en enkele andere gemeenten hebben het geregeld en het verbod houdt het daar juridisch tot op heden. Ik zou zeggen: schrap waar mogelijk het woord onderzoek, pilot of nader bekijken en regel het, voer uit en voeg de daad bij het woord. Kan ik erop rekenen dat de nieuwe coalitie met de door mijn fractie bepleite daadkrachtige blik nog eens door het coalitieakkoord gaat. En wat zegt dit spreken in ambities, onderzoeken, pilots en nader bestuderen precies over de uitvoering van al de mooie duurzaamheidsambities? Die ambities waarmaken, dat wordt de kunst. En ik hoop dat het nieuwe college deze kunst beheerst.

Voorzitter, dat brengt mij als vanzelf bij het oliedomme voornemen om Eneco te verkopen. Ik zou zeggen: steek daar geen energie in. Ik zie natuurlijk dat de coalitie broodnodige investeringen laat afhangen van de verkoop van Eneco. Zo heeft GroenLinks de afgelopen week goede sier gemaakt met de 25000 woningen die verduurzaamd gaan worden. Maar waar wordt dat van betaald? Juist, met de opbrengst van Eneco. We slachten de kip met de gouden eieren, omdat er geld nodig is voor de energietransitie. Dat is niet alleen oliedom, maar ook je reinste energieverspilling. En voorzitter, bovendien strekt die energietransitie zich uit over vele jaren, en daarom is een langjarige - en bovendien as we speak stijgende - inkomstenstroom via dividend nuttiger dan een grote opbrengst ineens. Daarom dien ik een motie in met als dictum:

spreekt uit dat het niet verstandig is de aandelen Eneco te verkopen.

Me dunkt, een uitspraak waar elke voorstander van behoud van Eneco zich zonder problemen achter kan scharen, ook als er inmiddels bepaalde afspraken hieromtrent zijn gemaakt...

Van de financiële middenmoot, naar de degradatiezone

Een ander aspect waar mijn fractie toch met enige zorg naar kijkt betreft de financiën. Onder verantwoordelijkheid van het college dat de laatste 24 uur is ingegaan, is de financiële positie van de gemeente verslechterd. De solvabiliteit is gezakt van ruim 40% naar 27,5%. En met alle afspraken, zoals vastgelegd in het voorliggende akkoord, zoals het verder leegtrekken van reserves, het verkopen van vastgoed en natuurlijk de verkoop van Eneco en het weer snel uitgeven van die opbrengsten, zullen er waarschijnlijk voor zorgen dat we als gemeente financieel nog wat minder weerbaar worden. De VNG stelt dat het licht op oranje springt bij een solvabiliteit lager dan 30% en dat een gemeente met een solvabiliteit onder de 20% zich helemaal op glad ijs begeeft. Als dat gebeurt spelen we echt financieel degradatievoetbal en dat moeten we niet willen. Daarom de motie met als dictum:

verzoekt het beoogde college de solvabiliteit niet onder de 20% te laten zakken en weer toe te werken naar een robuuste solvabiliteit van ten minste 30%.

Visie op samenleven?

Voorzitter mijn complimenten voor deze coalitie en de zorgen van de ChristenUnie/SGP over dit coalitieakkoord zijn helder. Waar ik het nog niet over heb gehad is over de visie van deze coalitie op en voor Den Haag, en dan doel ik met name op de samenlevingsvisie. Nu kan ik me voorstellen dat dit niet een heel gemakkelijke vraag was aan de onderhandelingstafel, waar populisme, individualisme en optimisme elkaar ontmoetten. En er zat ook nog een partij bij, waarvan de politiek leider aan de oogarts begint te denken bij visie. En voor de meeste coalitiefracties staat het individu zo groot op de voorgrond, dat de gemeenschap op de achtergrond ternauwernood zichtbaar blijft. Geen woord bijvoorbeeld over de rol en de waarde van levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken, voor ons mooie Den Haag. Zeker gezien de bezuinigingen op welzijn die deze coalitie voorstelt. Alleen daar al had toch prima de waarde van het maatschappelijk kapitaal van deze organisaties, waar de helft van de Haagse burgers toe behoort, voor bijvoorbeeld het welzijn van Den Haag benoemd kunnen worden? Kerken en andere religieuze gemeenschappen spannen zich op het gebied van zorg, schuldhulpverlening en eenzaamheid Pro Deo in. Dat gebeurt in stilte en meestal niet afhankelijk van subsidie. Ik hoop dat het ontbreken van de waarde en het belang van levensbeschouwelijke organisaties voor onze stad niet in mindering komt op een open houding, samenwerking en de waardering van het nieuwe college naar, met en voor deze organisaties.

En niet alleen kerken en gezinnen ontbreken in het nieuwe coalitieakkoord. Het woord normen vind ik bijvoorbeeld alleen terug als onderdeel van het woord “geluidsnormen” en in relatie tot systeemvereisten in verband met onze privacy. En ook het begrip waarden ontbreekt, dat komt alleen voor als onderdeel van de woorden “voorwaarden” en “randvoorwaarden”. Het ontbreken van begrippen als waarden, normen, de positieve rol van het gezin en van kerken en andere religieuze organisaties is niet zonder betekenis. Dat zijn symptomen van een gemis aan visie op de gemeenschap. Op iets wat mensen bij elkaar houdt. Gelukkig valt het woord burgerschap wel. Dat is hard nodig ook in de meest diverse stad van het land. En natuurlijk, diversiteit kan prachtig zijn, maar zoals Martin Sommer zaterdag in zijn column terecht opmerkte, als grondslag voor de samenleving heb je er niets aan. Sterker, in Den Haag met al zijn verschillen en diversiteit, is het hard werken om de sociale samenhang en uiteindelijk de maatschappelijke vrede te bewaren, zoals de WRR vorige week in zijn rapport “De nieuwe verscheidenheid” duidelijk liet zien. 

Uiteindelijk zijn deze partijen in al hun verscheidenheid toch op wat visierijke zinnen uitgekomen, waarbij het mooiste pareltje in het akkoord misschien wel de zin is die volgt op noties over jezelf zijn en gelijke behandeling. Den Haag is de stad “waar het er niet om gaat op welke grond je bent geboren, maar naar welke horizon je kijkt.” En verderop klinkt minder poëtisch dezelfde boodschap: “Hier telt je toekomst, niet je afkomst.” Met deze zinnen wordt de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen bezongen. En dat is terecht.

De fundamentele gelijkwaardigheid wortelt in het besef dat, zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring het zo mooi zegt:

“We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.” 

Vele mensenrechten zijn gebaseerd op deze principiële gelijkwaardigheid tussen mensen. In Den Haag erkennen we dat iedereen gelijkwaardig is. Of je nu homo of hetero bent, man of vrouw, jong of oud, gelovig of niet-gelovig - we discrimineren hier niet. Ook afkomst, uiterlijk en bijvoorbeeld fysieke of verstandelijke beperkingen mogen geen reden zijn om iemand uit te sluiten. Iedereen krijgt in gelijke gevallen een gelijke behandeling.

Dat dat vanzelfsprekend klinkt, maar niet vanzelfsprekend is, ervaren veel leraren en leraressen in onze stad maar al te vaak. De Groene Amsterdammer maakte in een goed artikel afgelopen vrijdag nog pijnlijk duidelijk hoe de diepe kloven in onze samenleving ook dwars door klaslokalen heenlopen, waar leerlingen maar al te vaak lijnrecht tegenover elkaar staan en de wil om de ander te begrijpen steeds meer lijkt te ontbreken. Niet voor niets stelt de onderwijsinspectie dat leerlingen het schoolklimaat als steeds minder open ervaren en dat verbetering van het burgerschapsonderwijs nodig is. Kijken wij, kijken de leerlingen op onze scholen, nog wel naar dezelfde horizon, ook als we de ander het licht in de ogen niet gunnen? Om scholen te ondersteunen bij het bespreken van deze problemen en het vormgeven van hun burgerschapsonderwijs en daarbij optimaal gebruik te maken van de kansen die onze stad van vrede en recht biedt, dien ik de volgende motie in:

verzoekt het beoogde college ter versterking van het Haagse burgerschapsonderwijs scholen en (inter)nationale instellingen gezamenlijk tot een Haagse opzet voor burgerschapslessen te laten komen waarin de gemeenschappelijke basiswaarden van de democratische rechtstaat centraal staan en waarbij de aanwezigheid van internationale instellingen in onze stad optimaal wordt benut, bijvoorbeeld door schoolbezoeken aan deze instellingen en het adopteren van een instelling door een school of vice versa.

Ik ben blij dat het woord burgerschap valt in het coalitieakkoord en ik hoop dat we dat met deze motie nog iets meer body kunnen geven.

Terug naar de uitspraak: “Waar het er niet om gaat op welke grond je bent geboren, maar naar welke horizon je kijkt.” Ik heb daar in positieve zin al het nodige over gezegd en ook in kritische zin, over die horizon. Nu een kritische reflectie op die geboortegrond, waar het niet om zou gaan. Die doet er natuurlijk wel toe…. “Hier kom ik weg” zong Daniel Lohues niet voor niets, die gisteren nog in de Koninklijke Schouwburg optrad. Of zoals de inspreker mevrouw Or zei over de eerste vraag die vaak aan je gesteld wordt: “Waar kom je vandaan?... Nee, maar waar kom je echt vandaan, waar liggen je roots?”.

Vorige week spraken we in deze zaal over de aanvallen op de Hindoetempel en over de verschillende incidenten in Duindorp, waarbij groepen tegenover elkaar stonden en mensen zich niet meer veilig voelden in hun eigen buurt of huis. Scheidend wethouder Baldewsingh hield vervolgens een lofzang op de positieve kanten van het communale karakter van Duindorp, van de Duindorpse gemeenschapszin, en ik heb dat afgelopen zondag nog geproefd bij de feestelijke jubileumdienst in de 90-jarige Prinses Julianakerk in Duindorp. “Als je elkaar kent,” zo zei Baldewsingh, “dan is er slechts één ding wat je kan doen met elkaar, en dat is samen stad zijn, dat betekent dat je elkaar niet moet wegzetten.” En voeg ik daaraan toe: en met elkaar in gesprek blijven. En daarbij is niet alleen het kijken naar de horizon van belang, naar een nieuwe gezamenlijke toekomst, maar het doet er daarbij ook toe waar je vandaan komt, waar je geboortegrond is. Of zoals Stef Bos het zo mooi verwoord in zijn “Lied van Ruth”:

Ek weet jou volk is bang

Voor ons wat anders is

Maar ek sal brugge bou

Daar waar die afgrond is

 

En ek sal terugverlang

Wanneer die wind sal waai

Wat uit die suide kom

Van my geboorte grond

 

….

 

Maar jou land is my land

Jou volk is my volk

Jou taal is my taal

Jouw God is my God

Jou droom is my droom

Jou pad is my pad

Jou toekoms my toekoms

Jou hart in my hart

Ik wens elke wethouder en zeker elk collega-raadslid - ook van de coalitie, juist van de coalitie - veel zegen, wijsheid en een scherpe en kritische geest toe bij het besturen en het controleren van de bestuurders van onze mooie stad.

« Terug